
Inleiding
Het is een tijdje stil geweest hier op het blog, maar nu er wat meer rust is, is er ook weer ruimte om af en toe een bericht te schrijven. De afgelopen maanden waren druk, vol werk aan de bijen en de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Nu de winter nadert, is het een goed moment om de balans op te maken.
De overgang naar de winter
We naderen langzaam het nieuwe jaar. Dat betekent kortere dagen en langere, koudere nachten. De laatste drachtplanten zijn uitgebloeid en de bijen zitten inmiddels veel op de wintertros.
In augustus werden de eerste winterbijen geboren — bijen die langer leven dan de zomerbijen, simpelweg omdat er minder broed is te verzorgen. Voor de imker is dit hét moment om terug te kijken: wat ging goed en wat kan beter? Het schoonmaakwerk is gedaan, de kasten staan op orde, en we maken ons klaar voor het nieuwe seizoen. Het kunstraat persen is bijna afgerond, en daarna beginnen we met het klaarmaken van de raampjes. Rust in de stal, maar beweging in het hoofd — want het volgende bijenjaar dient zich alweer aan. 🐝
Samenkomen en kennis delen
In deze rustige periode zoeken imkers elkaar weer op tijdens imkercafés, lezingen en studiedagen. Mooie momenten om ervaringen te delen, sterke verhalen te horen (“Ja, ik heb wel 280 kilo geoogst!”) en nieuwe inzichten op te doen. Eind november ga ik zelf weer naar Assen voor een interessante studiedag — altijd inspirerend om met collega-imkers van gedachten te wisselen.
De winter voor de bijen
Voor de bijen betekent de winter rust, maar ook overleven. Vroeger waren de winters koud en guur, met veel dagen waarop de bijen nauwelijks naar buiten kwamen. Ze zaten dicht op de wintertros en hadden voldoende voer om de koude maanden door te komen.
Tegenwoordig zijn de winters milder. Ik zie zelfs jongens met korte broeken naar school gaan! Ook de bijen vliegen vaker en brengen soms nog stuifmeel binnen, want er bloeit nog wel eens iets in de stad. Wanneer er stuifmeel binnenkomt, betekent dat vaak dat de koningin nog legt en er dus broed is om te verzorgen. Dat zorgt er echter voor dat winterbijen minder lang leven. Ze gebruiken bovendien meer voer — voor sterke volken geen probleem, want die hadden nog een halve honingkamer vol honing voordat ik begon met voeren. De kleinere volken daarentegen hebben minder opgeslagen en zal ik dit voorjaar extra moeten bijvoeren. Iets om goed in de gaten te houden.
Vooruitblik op het nieuwe seizoen
Afgelopen voorjaar kwam ik met zes volken de winter uit en deze winter heb ik er elf ingewinterd. Van die zes volkjes heb ik rond de 280 kilo honing geoogst — een prachtig resultaat waar ik trots op ben. Als alles goed gaat, staan die elf volken komend voorjaar weer klaar om te bestuiven en honing te verzamelen. Daarnaast heb ik aanvragen gekregen voor nieuwe locaties waar ik volken kan plaatsen — altijd leuk, maar ik moet nog bekijken of het qua ruimte haalbaar is.
Dit jaar wil ik ook jonge koninginnen naar een bevruchtingsstation brengen. Dat betekent dat ik uit mijn raszuivere koninginnen de beste moet selecteren en van dat volk nieuwe koninginnen moet telen. (Later meer hierover!) Als dat lukt, heb ik zes nieuwe raszuivere koninginnen. Twee daarvan wil ik inzetten voor nieuwe volken, de overige laat ik in andere volken inlopen, zodat oudere of minder gewenste lijnen vervangen worden.
Honingbijen komen in verschillende rassen en binnen die rassen bestaan weer diverse lijnen — net als bij huisdieren. Er is dus een grote genetische diversiteit, en hoewel ik niet alles weet, is het een boeiend onderwerp voor de echte kenners.
Ambities en plannen
Wat wil ik verder? Ik zou graag twee volken extra houden en mogelijk nog een nieuwe bijenstand inrichten. Ook wil ik het vullen en etiketteren van honing verbeteren en versnellen, want meer volken betekent meestal ook meer honing. Meer honing betekent ook dat ik meer tijd nodig heb om die honing in potjes te doen en de potjes te voorzien van een label — soms lijkt dat nog meer werk dan het slingeren zelf! (Waarschijnlijk omdat dat minder spectaculair werk is). Daarnaast wil ik de koninginnenteelt verder oppakken — niet alleen om reservevolken te maken, maar wellicht ook voor de verkoop. Daarover denk ik nog verder na.
Nieuwe bedreigingen voor bijen en andere insecten
Ook krijgen we een nieuwe bedreiging hier in het noorden: de Aziatische hoornaar is met een enorme opmars bezig. Dit is iets waar wij imkers niet alleen last van hebben, maar waardoor ook andere insecten bedreigd worden. Fruittelers hebben dubbel pech: bijenvolken die het jaar daarvoor geteisterd werden zijn vaak niet groot genoeg (of zijn er helemaal niet meer) om de gewassen te bestuiven. In de zomer en het najaar wordt het fruit bovendien aangevreten door de hoornaar, waardoor er geen bevrucht fruit overblijft — vaak blijft het alleen geschikt voor het persen. Ook voor mensen kan de hoornaar een bedreiging vormen, maar meer hierover staat in mijn vorige blog.
Afsluiting
Ter afsluiting wil ik iedereen een warm en inspirerend nieuw bijenjaar wensen. Laten we samen zorgen voor gezonde bijen, sterke volken en een bloeiende natuur. Hopelijk brengt het nieuwe seizoen veel honing, mooie ontmoetingen en nieuwe inzichten voor alle imkers en bijenliefhebbers. 🐝
Plaats een reactie