
Het duurde even, maar het wordt tijd om dit te delen
Het duurde even voordat ik deze woorden op papier zette. Niet omdat ik het onderwerp niet belangrijk vind, maar juist omdat het zo dichtbij komt. Bijensteken horen bij het imkeren, dat is altijd zo geweest. Toch merkte ik dat mijn lichaam anders begon te reageren, en dat roept vragen op.
Dit blog is geen afgerond verhaal en ook geen medisch handboek. Het is een persoonlijke zoektocht, een poging om ervaringen, gesprekken en inzichten bij elkaar te brengen. Van mijn eigen reacties op bijensteken, tot gesprekken met andere imkers, een life-coach en binnenkort hopelijk ook een arts en iemand met ervaring in immunotherapie.
Waarom nu posten? Omdat dit onderwerp leeft. Omdat ik merk dat ik niet de enige ben. En omdat delen soms de eerste stap is naar begrijpen.
ik zou zeggen veel lees plezier, maar ik weet niet hoe ik het anders moet formuleren. je mag me altijd een berichtje doen of mailen als je vragen hebt, pak een bak koffie of thee, want deze duurt wel even,
De zomer voorbij — tijd voor reflectie en verdieping
Het is even stil geweest. De zomer ligt achter ons, naja het is winter en de kortste dag ligt alweer achter ons, we hebben veel bijen gezien, volop honing geslingerd en verkocht. en dat betekent dat het tijd wordt om na te denken over wat ik wil verbeteren of uitbreiden voor het nieuwe seizoen.
Maar eerst. Een blog naja een half boek over..
Bijen allergie
Waarom ik over bijensteken en allergische reacties schrijf
Bijen zijn prachtige en fascinerende dieren, maar hun steek kan voor sommigen meer zijn dan een klein pijnlijk moment. Voor mij persoonlijk is het heftig. Ik merk dat mijn lichaam sterk reageert, en dat maakt dit onderwerp dichtbij en belangrijk.
Tijdens het schrijven van dit blog heb ik gesprekken gevoerd die mijn blik verruimen: ik sprak met Bettina van @bettysbienen en had mailcontact met een life-coach die ervaring heeft met hypnose; bij sommige mensen kan het lichaam al reageren puur bij het zien van een bij.
Ook heb ik een arts gemaild om professioneel advies te krijgen over allergische reacties. Ook heb ik contact met iemand die een immunotherapie heeft ondergaan voor een wespen allergie. Wespen en bijen dragen niet het zelfde gif mee, maar ik denk dat de behandelingen hetzelfde zijn. omdat ze ander gif hebben hoef je niet voor beide allergisch te zijn maar het kan natuurlijk wel.
Door mijn persoonlijke ervaring te delen, wil ik dit onderwerp bespreekbaar maken. Het is een zoektocht om het een plek te geven, maar ook een manier om anderen te informeren over de risico’s van bijensteken, hoe je ze kunt herkennen, en wat je kunt doen als je heftig reageert. Het is een gevoelig onderwerp, maar juist door het te delen, kunnen we elkaar kennis, tips en geruststelling bieden.
Mijn verhaal. Ik reageer heftig erger dan normaal.
Mijn eerste bijensteek
Mijn reactie op bijensteken is heftig, erger dan normaal, en dat maakt dit onderwerp persoonlijk voor mij. Mijn eerste echte steek herinner ik me nog goed. In het verleden waren we op vakantie op een boerderij in Duitsland, ergens tegen of in het Zwarte Woud. Zoals altijd hielp ik mee op de boerderij – dat waren mijn soort vakanties.
Op een dag hielp ik een oudere man, genaamd opa, die bijen had op een steenworp afstand van de boerderij. Ik stond op afstand te kijken en mocht de honingkamers verplaatsen naar de slingerruimte. Toen we klaar waren, stak ik mijn handen in mijn broekzak… en pats! Mijn eerste steek. Het voelde als een zweepslag op mijn vinger. Na een halfuur was de pijn weg en bleef alleen een klein plekje rond de steek achter.
Van nieuwsgierigheid naar een onverwachte reactie
Een aantal jaren later begon mijn vader met bijen houden. Langzaam groeide ook bij mij de interesse. Ik liep eens met een imker mee; het was een mooie dag met dreigende wolken in de verte. Ik had geen pak en besloot alles van een afstandje te bekijken. Natuurlijk werd ik precies toen gestoken—recht in mijn gezicht, net boven mijn voorhoofd.
Die steek stelde gelukkig weinig voor. Ik ging naar huis, schafte meteen een imkerpak aan en dacht dat het daarmee wel opgelost was.
Tot twee jaar later, na corona, toen ik de imkercursus volgde. We hielpen een zwerm uit een boom halen. Mijn pak zat niet goed, en zonder dat ik het doorhad zaten er meerdere bijen op mijn rug. Je raadt het al: ze staken. Niet één, maar een stuk of acht flinke steken achter elkaar.
Die dag vergeet ik nooit meer. ’s Middags had ik nauwelijks klachten, maar de volgende ochtend stond ik op met duizeligheid, koud zweet en hetzelfde gevoel dat ik heb als ik een tatoeage laat zetten: alsof mijn bloedsuikerspiegel in één klap omlaag knalde en ik elk moment kon omvallen. Ik strompelde naar beneden, pakte snel iets zoets—een stroopwafel—en langzaam kwam ik weer bij.
Achteraf gezien zou dat zomaar een trigger kunnen zijn geweest, een moment waarop mijn lichaam begon “anders” te reageren op bijengif.
Wanneer mijn lichaam anders gaat reageren
Sinds die dag reageert mijn lichaam anders op een bijensteek. Waar het vroeger bleef bij een klein rood plekje, zie ik nu een heel ander patroon. Op de plek van de steek ontstaat eerst een licht opgezet gebied—niets opvallends, maar je voelt dat er iets “aan” staat.
Daarna begint het omliggende deel langzaam op te zwellen. Over een aantal uren bouwt dat zich op tot iets substantieels. Word ik bijvoorbeeld op mijn hand gestoken, dan is diezelfde avond mijn hele hand tot aan mijn onderarm dik. Precies tot waar de spieren overgaan in de pezen—alsof daar een soort natuurlijke grens ligt die mijn lichaam zelf trekt.
Het is geen acute, levensbedreigende reactie, maar het is wél een stevige en soms belemmerende zwelling. En elke keer dat het gebeurt, herinnert mijn lichaam mij eraan dat ik anders reageer dan “de gemiddelde imker”.
Een indringend verhaal van Betty (@BettiesBienen)
Zo sprak ik met Betty van @BettiesBienen. Betty is een ervaren Imkerin in Sleeswijk-Holstein, Duitsland. Met zo’n 25 kasten draait ze volop mee in het imkerwereld, en heel actief op insta, ik volg haar trouw.
Ze vertelde me dat bijensteken altijd al pijnlijk waren voor haar; ze voelde ze soms nog dagen later. Maar allergisch was ze niet—althans, dat dacht ze.
Op een mooie zomerse ochtend zat ze met een kop koffie aan tafel, de deur naar de tuin open. Ze voelde iets kriebelen aan haar voet en zzzak—een bij die over haar huid liep, had gestoken. Niets om je direct zorgen over te maken, dat dacht ze tenminste.
Maar een half uur later begonnen de eerste klachten. Haar luchtwegen raakten geïrriteerd en ze dacht dat er misschien een verkoudheid opkwam. Kort daarna volgden maag- en darmklachten. Pas toen haar hele lichaam begon te jeuken en rood werd, besefte ze dat dit geen gewone steekreactie meer was, maar een allergische reactie.
Na ongeveer een uur trok het grootste deel van de klachten weg, al bleef haar gezicht de rest van de dag opgezwollen. De jeuk was het meest hardnekkig. Ze besprak het voorval met een vriendin—aandacht delen is belangrijk. Als je lichaam anders reageert dan je gewend bent, is het verstandig om mensen in je omgeving te informeren. Je kunt het dan monitoren én je staat er niet alleen voor.
Vier weken later liet ze een bloedonderzoek doen. De uitslag kwam snel. De allergoloog begon het gesprek met de woorden: “U weet wel wat uw zorgverzekeraar hiervan vindt? U moet stoppen met imkeren.”
Zo’n uitspraak slaat in als een bom—zeker voor iemand met hart voor bijen, passie voor het vak en jarenlange ervaring. Het type zin dat je wereld even laat wankelen.
Hoe Betty ermee omging
De woorden van de allergoloog maakten indruk, maar Betty liet zich er niet door van de wijs brengen. Ze nam even de tijd om na te denken. Er bestaan wel gevaarlijkere beroepen, bedacht ze. Coureurs, bungeejumpers, berggidsen—die worden óók verzekerd. Waarom een imker dan niet? Bovendien: uit de test bleek dat ze níet allergisch was voor muggen, en dat scheelde een hoop. (Zeker hier in het noorden, waar muggen soms het seizoen domineren.)
Ze besloot door te gaan met imkeren. Ze had tenslotte een goed imkerpak, zo’n stevige overall met bijpassende handschoenen. Ze kreeg daarnaast een noodset mee: een EpiPen en een antihistaminicum. Sindsdien leeft ze met haar allergie—bewust, maar niet beperkt.
En het gaat goed. De hevigheid van haar reactie hangt af van waar ze gestoken wordt en de hoeveelheid gif. Een steek door een spijkerbroek bijvoorbeeld geeft minder gif af; dat leidt vaak tot hooguit een half uur hartkloppingen en wat roodheid met jeuk. Maar een volle lading in het gezicht? Dan is de dag voorbij.
Vanuit ervaring heeft ze geleerd dat ze tijd heeft—tijd om rustig haar medicatie te pakken en de dosering af te stemmen op wat ze binnenkreeg. De vervelendste steken zijn die op plekken met dunne huid en veel zenuwen. Dan moet ze een hogere dosis antihistamine nemen, en slaapt ze de rest van de dag.
Gelukkig gebeurt het niet vaak meer. Ze heeft haar pen nog nooit hoeven te gebruiken en het noodnummer nog niet hoeven te bellen. Maar haar noodset—pen en medicatie—heeft ze altijd bij zich. Of ze thuis is, of onderweg naar de winkel: het setje gaat mee.
Haar advies is simpel maar doeltreffend:
Draag altijd een pak. Zorg dat je een noodset bij je hebt. En bovenal: blijf doen wat je graag doet.
Een heftig verhaal – en mijn eigen realiteit
Het verhaal van Betty is heftig. Zij kiest ervoor om door te gaan met imkeren, maar ik ken ook imkers die na zo’n reactie wél stoppen. En dat begrijp ik volledig. Iedereen heeft zijn eigen veiligheidskaders, en het vraagt lef én zelfkennis om te bepalen hoe je er zelf mee om wilt gaan.
Haar advies om altijd een pak te dragen, vind ik terecht. Daar ga ik helemaal in mee. Hoewel ik, eerlijk is eerlijk, soms mijn kap af heb—gewoon omdat het fijn voelt, zeker met zachte bijen. Maar die keuze brengt wel degelijk risico’s met zich mee. Het hoort bij het ambacht én bij de verantwoordelijkheid die je draagt in het veld.
Een ander belangrijk onderdeel van veiligheid is een persoonlijk noodsetje. Zelf heb ik altijd een set bij me, en het gaat eigenlijk overal mee — niet alleen naar het bijenvolk. Je weet nooit wanneer het nodig kan zijn, en het geeft een stuk rust en zekerheid in alle situaties.
Wat er wél in mijn set zit:
- Pleisters
- Tavergyl – omdat ik merk dat ik heftiger reageer op steken (deze heb ik via de huisarts)
- Tekentang – omdat je als imker vaak door hoog gras, ruige randen en bloemrijke bermen loopt; teken zijn een reëel risico
- Leatherman multitool
- Zaklamp
- Powerbank
Niet alles hoort strikt genomen bij het imkeren, maar het hoort bij het buiten zijn, bij het vakmanschap en bij voorbereid zijn op dat wat je tegenkomt in het veld. Wil je iets medisch toevoegen? Vraag dan altijd eerst raad aan je huisarts, zodat het passend en veilig is voor jouw situatie.
En dat is misschien wel de rode draad:
Iedere imker moet zijn eigen veiligheidsstrategie ontwikkelen.
Met respect voor het verleden, met een vooruitziende blik, en met de realiteit dat we werken met levende natuur én risico’s — en dat een goede voorbereiding het verschil kan maken.
van ervaring naar inzicht
Het verhaal van Betty zette me flink aan het denken. Haar zelfvertrouwen, haar discipline en haar keuze om door te gaan ondanks alles… dat dwingt respect af. Maar tegelijkertijd liet het me ook stilstaan bij mijn eigen reacties. Want hoe nuchter je ook bent, een hevige steek doet iets met je — lichamelijk én mentaal.
Ik merk dat elke steek, hoe “normaal” die voor een imker ook zou moeten zijn, toch impact heeft. Niet alleen op je huid of je arm, maar op je hele systeem. En daar praten we eigenlijk veel te weinig over. Sommige imkers stoppen na één nare ervaring, anderen zetten door zoals Betty. En velen, waaronder ikzelf, zitten ergens in het midden: gemotiveerd, gepassioneerd, maar ook alert en soms een tikkeltje gespannen.
Juist daardoor wilde ik beter begrijpen wat er nu eigenlijk in je brein gebeurt op zo’n moment. Waarom voelt de ene steek aan als een incident en de andere als een mini-schokgolf door je hele lichaam? Wat maakt dat dezelfde prik de ene dag prima te doen is, en de andere dag ineens zwaarder lijkt?
Om daar grip op te krijgen, sprak ik met een life coach die gespecialiseerd is in stress- en pijnreacties. En wat hij vertelde, was verrassend verhelderend…
Wat gebeurt er in het brein bij een bijensteek?
Of je nu allergisch bent of niet—het brein reageert altijd mee.
Tijdens mijn gesprek met een life coach ontdekte ik iets fascinerends: bij een bijensteek reageert niet alleen het lichaam, maar vooral het brein. De eerste seconden na een steek worden volledig bepaald door je zenuwstelsel. Eeuwenoude biologische processen die ooit bedoeld waren om ons te beschermen tegen direct gevaar, spelen vandaag de dag nog steeds volop mee.
1. De oerreflectie: “Ben ik veilig?”
Op het moment dat de angel de huid binnendringt, schiet er een razendsnel signaal naar twee belangrijke breinregio’s:
- de hersenstam – die de basisfuncties regelt
- de amygdala – de poortwachter van gevaar
De amygdala is niet van de nuance. Hij hoeft geen overleg; hij reageert op instinct. Pijn + verrassing = actie.
Wat jij dan merkt:
- versnelde hartslag
- aangespannen spieren
- een vernauwde focus
- een acuut gevoel van alertheid
Dit gebeurt altijd. Ook bij mensen zonder allergie. Het is je overlevingssysteem dat zegt: “Opletten, hier moet ik iets mee.”
2. De hormoongolf: van schrik naar actiestand
Binnen milliseconden komen adrenaline en cortisol vrij — krachtige hormonen om het lichaam paraat te zetten. Deze stoffen hebben een duidelijke missie: jouw overlevingskansen optimaliseren.
Maar tegelijkertijd activeren ze ook mastcellen, die op hun beurt histamine vrijlaten. Dat zorgt voor zwelling, jeuk en roodheid.
En hier komt iets interessants:
Stress versterkt deze lichamelijke reactie.
Zelfs als je níet allergisch bent, kan een schrikreactie de steek dus heftiger laten aanvoelen dan nodig.
3. Het lerende brein: één steek kan tien jaar doorwerken
De hippocampus — het geheugenarchief van het brein — zet de ervaring direct vast:
- Wat gebeurde er?
- Waar stond je?
- Wat voelde je?
- Hoe bang was je?
Een jaar later, of tien jaar later, kan je brein dezelfde context herkennen en meteen bijsturen. Je lichaam reageert dan sneller, nadrukkelijker en soms buiten proportie.
Bij een allergie speelt ook je immuunsysteem een rol, maar:
de emotionele reactie kan de fysieke reactie versterken.
Daarom zijn sommige mensen na een nare steek veel gevoeliger, ook al waren eerdere steken nooit een probleem.
4. Waarom ontspanning écht werkt — biologisch gezien
Wanneer je bewust ontspant, verschuift je lichaam van de sympathische modus (actie, stress) naar de parasympathische modus (rust, herstel).
Wat je dan wint:
- een lagere hartslag
- daling van stresshormonen
- minder actieve mastcellen
- dus minder histamine
Dit is precies waarom technieken zoals hypnose, ademhaling, meditatie of visualisatie zo effectief kunnen zijn. Ze pakken de versterker in het systeem aan — die iedereen heeft, allergisch of niet.
Van brein naar lichaam: mijn zoektocht naar antwoorden
Wat ik fascinerend vind, is hoe logisch het klinkt: iets wat in je hoofd gebeurt, kan je lichaam sterk beïnvloeden. Het brein registreert pijn, gevaar en schrik, en schakelt razendsnel je hele systeem in. Dat verklaart veel van wat ik zelf voel bij een steek, en waarom sommige steken sterker lijken dan andere, zelfs zonder dat er een echte allergie is.
Om dit verder te begrijpen, ben ik op zoek naar gesprekken met experts:
- Een arts die kan uitleggen hoe het lichaam reageert bij een allergische of overgevoelige reactie.
- Iemand die immunotherapie heeft gevolgd en kan delen hoe dat zijn of haar reactie op bijensteken heeft veranderd, en wat hij of zij achteraf anders zou hebben gedaan.
Het idee is om mijn eigen ervaringen, de verhalen van andere imkers zoals Betty, en medisch onderbouwde inzichten samen te brengen. Zo krijg je een compleet beeld van hoe bijensteken niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel impact hebben—en hoe je daar als imker verstandig mee om kunt gaan.
Deze blog groeit met mijn ervaringen mee
Hoewel dit blog al stevig op weg is, is het zeker nog niet “af”. Ik blijf in gesprek met artsen, imkers, mensen met allergieën en zelfs iemand die immunotherapie heeft gevolgd. Deze inzichten verdienen ruimte — waarschijnlijk een flinke staart — en die ga ik de komende tijd toevoegen.
Waarom ik nu al publiceer?
Omdat dit onderwerp leeft. Omdat veel imkers (en niet-imkers) met dezelfde vragen rondlopen. En omdat kennis, ervaringen en verhalen pas gaan bewegen als je ze deelt.
Zie dit blog daarom als een levend document: een plek waar praktijk, wetenschap en persoonlijke ervaring elkaar blijven ontmoeten. De komende weken breid ik dit artikel verder uit met nieuwe input, zodat het een waardevolle bron wordt voor iedereen die te maken heeft met bijensteken, reacties en de mentale en fysieke impact daarvan.
Het is even geleden dat ik weer iets schreef — en dat is geen toeval.
Op 22 december 2025 verscheen het laatste deel van deze blog, en inmiddels is het 23 januari 2026. alweer een maand verder. Een maand waarin de natuur ogenschijnlijk stilviel, maar waarin onder de oppervlakte juist veel gebeurde. We hebben de kortste dag gehad, de dagen worden langzaam weer langer, en in de bijenkasten draait het leven op een laag pitje door.
De bijenvolken zijn behandeld tegen varroa, gecontroleerd op voer en vitaliteit, en ik ben begonnen met het insmelten van lege broed- en honingkamerramen. Dat zijn van die typische winterklussen: noodzakelijk, rustig werk, waarbij je hoofd vaak verder dwaalt dan je handen. Er ligt nog een flinke stapel werk te wachten, maar dat staat nu even stil — en daar is een goede reden voor.
Wanneer imkeren onverwacht schuurt: een persoonlijk verhaal over bijensteken en allergie
Afgelopen weekend kwam ik in contact met Saraï. Saraï, bekend als @Imkerster op Instagram, we volgen elkaar al enige tijd en zij las mijn oproep én mijn eerdere blog over bijensteken en allergie (deze dus). Ze nam contact op omdat zij afgelopen jaar tijdens het imkeren een bijengifallergie heeft ontwikkeld.
Wat mij meteen raakte, was haar openheid. Niet alleen over de medische kant, maar vooral over de mentale impact. Want een allergie raakt niet alleen je lichaam — het zet ook alles wat je dacht te weten over veiligheid, vertrouwen en controle op scherp.
Dit is haar verhaal.
Van droom naar praktijk: hoe het begon
“In 2020 heb ik mijn huis en tuin zo zelfvoorzienend mogelijk opgebouwd. Eén ding ontbrak nog: een bijenkast. Dat idee kreeg vorig jaar vorm. Ik sprak een imker in het dorp die mij wilde begeleiden en kwam daarnaast in contact met een imker uit Groningen. Hij nam me onder zijn vleugels en zo kon ik een jaar lang meelopen met twee ervaren imkers.”
Wat begon als een aanvulling op een duurzame leefstijl, groeide langzaam uit tot iets groters. Imkeren werd niet zomaar een hobby, maar een manier van kijken, van werken met de seizoenen en van verbonden zijn met wat leeft.
Imkeren groeide snel uit tot meer dan een interesse.
De steek die alles veranderde
“Afgelopen zomer werd ik door mijn pak heen meerdere keren gestoken — op mijn been, enkel en arm. Zes of zeven keer, ik weet het exacte aantal niet meer, maar het waren er veel. Ik was wel vaker gestoken, maar deze keer was het anders.
Ik kreeg niet alleen jeuk op de steekplekken, maar over mijn hele lichaam, ook in mijn nek. Daarnaast begon ik te hoesten. Later die dag realiseerde ik me dat dat hoesten en die kriebel in mijn keel wel eens konden betekenen dat ik geen lokale reactie meer had, maar bezig was een allergie op te bouwen.”
Wat hier zo herkenbaar in is voor veel imkers, is dat moment van twijfel: dit voelt niet zoals anders. Dat kleine alarmbelletje dat achteraf gezien cruciaal blijkt te zijn.
Even tussendoor: een lokale reactie is een rode plek rondom de steek. In mijn geval duurt die reactie vaak meerdere dagen, breidt zich uit en kan ontsteken. Daarvoor gebruik ik Tavegyl. Tot zover de uitleg — terug naar haar verhaal.
Van onbezorgd naar alert: wanneer vertrouwen plaatsmaakt voor vragen
“Mijn eerste allergische reactie was gelukkig nog mild. Ik legde snel de link en het werd geen heftige ervaring. Wat me vooral verraste, was dat ík degene was die een allergie ontwikkelde. Ik vond het nooit erg om gestoken te worden en dacht zelfs aan de mogelijke gezondheidsvoordelen van bijengif.”
In korte tijd was Saraï enorm enthousiast geworden over het imkeren. Juist daarom kwam het besef hard binnen dat ze mogelijk niet meer veilig met bijen kon werken. Daarnaast wist ze niet hoe gevaarlijk een allergie daadwerkelijk kon zijn — en dat gebrek aan kennis kan minstens zo verlammend zijn als de allergie zelf.
“Ik zat met veel vragen. Omdat allergieën zich bij iedereen anders uiten, besloot ik te kijken of er een manier was om mét deze allergie toch bij de bijen te kunnen blijven werken — of om het probleem echt aan te pakken.”
Angst, bescherming en improvisatie in het veld
“De volgende keer was spannend. Ik kreeg een EpiPen mee, wat me enigszins geruststelde. Ik was eerder ook al vaak door mijn pak heen gestoken, zelfs vóór de eerste allergische reactie. De bijenstanden liggen afgelegen en uit het zicht.
Waar ik normaal zonder problemen werkte, voelde het nu ineens heel anders. Toen bedacht ik me: ik surf ook — en een surfpak steken ze niet door. Dat hielp. Ik was minder gespannen, al was het wel extreem warm.”
Dit soort improvisatie laat zien hoe sterk de wil kan zijn om door te gaan, zelfs als de omstandigheden veranderen. Tegelijkertijd laat het ook zien hoe dun de lijn is tussen doorzetten en jezelf voorbijlopen.
Ter context: ik heb een aantal keer gedoken, in binnen- en buitenland. Een neopreen pak van enkele millimeters dik is enorm warm, zeker in de zon en tijdens fysieke inspanning. Comfortabel is anders — maar soms voelt veiligheid belangrijker dan comfort.
De medische route: immunotherapie als langetermijnkeuze
“Vrij snel ben ik naar de huisarts gegaan. Na de uitslag werd ik doorverwezen naar de allergoloog in het ziekenhuis. Dat was eigenlijk de enige echte oplossing. Het is een lang traject en zeker een drempel, maar ik wilde doorgaan met imkeren. Ik wilde van deze allergie af.”
Het eerste traject is intensief: wekelijks naar het ziekenhuis, meerdere injecties per bezoek en observatie tussendoor. Na de injecties werd Saraï erg ziek en extreem vermoeid. Dat vraagt niet alleen fysiek veel, maar ook mentaal doorzettingsvermogen.
“Ik zit nu nog in de instelfase, maar als het goed is wordt het hierna minder intensief en verdwijnen de bijwerkingen. Daarna ga je nog maar één keer per zes weken naar het ziekenhuis. Dat is goed te overzien. Na deze instelperiode ben je in principe beschermd tegen bijensteken — al blijft het in het begin spannend.”
Aanvulling: na de instelperiode volgt een onderhoudsfase van drie tot vijf jaar. In die periode kan Saraï gewoon in de bijen werken. Een steek betekent geen falen, al wil de arts dit wel graag weten. Dit heb ik zelf uitgezocht, omdat ik wilde begrijpen of werken met bijen tijdens zo’n traject mogelijk is. Ik kan en mag hier uiteraard geen medisch advies over geven.
Vertrouwen terugvinden: tussen voorzichtigheid en vooruitkijken
“Het is nu winter. Ik volg de therapie nog en ben nog niet bij de bijen geweest. Waar ik me vroeger graag liet steken, sloeg dat tijdens de allergie om in angst. Of dat straks volledig weg is, weet ik niet — dat zal tijd kosten. Ik denk wel dat ik in de toekomst waakzamer zal zijn.”
Die waakzaamheid hoeft geen beperking te zijn. Soms is het juist een vorm van vakmanschap: weten waar je grenzen liggen en daar bewust mee omgaan.
Ik vroeg Saraï:
Heeft deze ervaring je kijk op bijen, imkeren en je eigen lichaam veranderd?
“Absoluut. Het heeft me doen beseffen dat dit een vak is dat niet volledig risicoloos is. Voor mezelf had ik totaal geen rekening gehouden met het ontwikkelen van een allergie. Het heeft mijn kijk op mijn lichaam niet veranderd, maar het heeft me wel verrast.”
Een boodschap aan andere imkers: wees alert, niet bang
Aan andere imkers en cursisten geeft Saraï een helder en nuchter advies:
“Wees waakzaam bij steken en let op reacties, ook als ze mild lijken maar niet lokaal zijn. Het laatste wat je wilt, is pas ontdekken dat je allergisch bent wanneer je een anafylactische shock krijgt.”
Dat advies past bij imkeren zoals het bedoeld is: met respect, aandacht en kennis van risico’s — zonder paniek, maar ook zonder wegkijken.
Tot slot: angst, vertrouwen en vooruit blijven kijken
Saraï ziet zich over een paar jaar weer met vertrouwen tussen de bijen — met het gevoel dat deze ervaring, hoe heftig ook, ergens goed voor is geweest en misschien zelfs nodig was voor wat nog komt.
Het is een indringend verhaal: ontdekken dat je een allergie hebt terwijl je juist leert imkeren. Gelukkig was Saraï er op tijd bij en durfde ze het lange traject aan te gaan. Dat vraagt moed en volharding. Veel mensen leggen op zo’n moment het imkeren neer en hangen de beroker in de wilgen.
Het opnieuw leren vertrouwen op je eigen lichaam na zo’n traject is misschien wel de grootste uitdaging. Hoe reageert mijn lichaam? Wat doet mijn brein bij een steek? Het blijft een spanningsveld — eentje dat pas echt duidelijk wordt wanneer je het meemaakt. En juist dan is het doel helder: kalm blijven, blijven ademen, en stap voor stap vooruit blijven kijken.
Tot hier – en nog niet klaar
De verhalen van Saraï en Betty zetten mij aan het denken. Wat als ik zelf ooit écht allergisch zou worden voor bijengif? Wat zou dat betekenen voor mijn manier van imkeren, voor mijn plannen, voor mijn toekomst met de bijen?
Voor nu merk ik dat mijn imkeroveral veel doet. Ik word nauwelijks gestoken — gemiddeld twee à drie keer per jaar. Op warme dagen draag ik vaak linnen onder mijn pak, omdat de structuur van het pak soms hard aanvoelt. Het zijn kleine keuzes, maar wel bewuste. Misschien zijn het precies dit soort momenten waarop je pas later echt gaat nadenken.
Voor nu kies ik ervoor om vooral te blijven genieten. Van de bijen, van het leren, van de plannen en ideeën die nog op de plank liggen. Tegelijkertijd blijf ik zoeken naar kennis en verdieping. Ik heb leuk contact gehad met mensen die ervaring hebben met immunotherapie en ben nu nog op zoek naar een arts of specialist die mijn vragen kan en wil beantwoorden.
Deze blog is daarmee nog niet af. Hij krijgt ongetwijfeld een staart — misschien wel een lange. Maar voor nu laat ik hem hier. Niet omdat alles gezegd is, maar omdat dit het punt is waarop het verhaal even mag rusten.
Wordt vervolgd. 🐝
Geef een reactie op Marijn Oostland Reactie annuleren