
In het seizoen van groei en bloei komen meldingen vaak snel binnen. Zwermen aan bomen of palen, hommels onder dakpannen, of wilde bijen in muren en kozijnen. Het laat zien hoe dichtbij de natuur eigenlijk leeft, ook in de bebouwde omgeving.
Niet alles wat op een bij lijkt, vraagt om ingrijpen. En niet elke situatie is hetzelfde.
Honingbijen: de klassieke zwerm
Voor veel mensen is een zwerm een indrukwekkend beeld: een kluit of wolk bijen die zich verzamelt aan een tak, paal of schutting. Wat chaotisch lijkt, is in werkelijkheid een strak georganiseerd proces.
Een bijenvolk begint al vroeg in het seizoen met voorbereiding. Vanaf eind april ontstaan speeldopjes die kunnen uitgroeien tot zwermcellen. Wanneer een volk sterk groeit en de ruimte beperkt raakt, neemt de zwermdruk toe.
In de imkerpraktijk wordt dit vaak opgevangen door het geven van extra ruimte via honingkamers. Toch komt het voor dat een volk ondanks ruimte in zwermstemming blijft.
Dan wordt soms een kunstzwerm toegepast om het proces te sturen en het volk beheersbaar te houden.
Zelfs wanneer zwermcellen worden verwijderd, blijft het een levend systeem. Eén gemiste cel kan voldoende zijn voor een zwermmoment. Dan zie je alsnog een kluit bijen in een boom of struik verschijnen.
Zwermen in spouwmuren en gebouwen
In de open natuur is een zwerm meestal goed te begeleiden. In gebouwen ligt dat anders. Denk aan spouwmuren, plafonds of gevels.
Online zie je soms dat complete muren worden opengebroken om nesten te verwijderen. In de praktijk is dat in Nederland zelden haalbaar door kosten, schade en complexiteit.
Hoewel het tegenintuïtief kan voelen, geldt ook hier: imkers willen bijen behouden, maar een gevestigd volk in een constructie is niet eenvoudig te verplaatsen.
Daarom ligt de nadruk op preventie, zoals stootvoegroosters of bijenbekjes.
Een bijkomend voordeel: deze oplossingen weren niet alleen bijen, maar ook ander ongedierte zoals muizen die via open stootvoegen naar binnen kunnen klimmen.
Wanneer er toch een nest zit in een gebouw, is het vaak verstandiger een specialist of bestrijder in te schakelen.
Seizoensdruk in mei en juni
Mei en juni zijn traditioneel de zwermmaanden. Na een koude of natte periode lijkt het buiten rustig, maar binnen in de kast kan de ontwikkeling gewoon doorgaan.
Zodra het weer omslaat, kan de zwermactiviteit snel toenemen.
Voor imkers betekent dit: blijven controleren, ook bij minder ideaal weer. De dynamiek in het volk stopt niet met regen of kou.
Hommels: vroege bouwers in het voorjaar
Hommels zijn een onderschatte groep bestuivers met ongeveer 29 soorten in Nederland. In Friesland komen doorgaans 6 tot 10 soorten algemeen voor.
Het seizoen begint vroeg. De hommelkoningin ontwaakt uit haar overwintering en zoekt direct voedsel om op krachten te komen.
Omdat de nachten nog koud zijn, zoekt zij tegelijk een veilige nestplek. Dat kan variëren van een leeg nestkastje, een oud muizennest, een beschutte plek in een schuur of muur, tot speciaal geplaatste hommelkasten.
Ook natuurlijke structuren in tuinen worden benut wanneer ze beschikbaar zijn.
Hommels zijn geen plaag maar een belangrijk onderdeel van het ecosysteem.
Soms komt een nest toch op een lastige plek terecht, zoals een brievenbus of een schuur die gesloopt moet worden. In zulke gevallen kan het aanpassen van de aanvliegroute soms al voldoende zijn, bijvoorbeeld met een eenvoudige constructie.
Wanneer verplaatsen nodig is en mogelijk zonder schade, kan een nest soms worden overgezet naar een klein kastje in de tuin om de cyclus rustig af te maken.
Solitaire bijen: kleine maar belangrijke bewoners
Naast honingbijen en hommels zijn er ook solitaire bijen. Deze leven alleen of in kleine neststructuren en maken gebruik van allerlei holtes: hout, muren, bamboe en boorgaten.
Ze zijn zeer flexibel en kunnen soms op onverwachte plekken verschijnen, zoals in technische ruimtes of zelfs in een stoomleiding van een behangstomer.
Ook ventilatieopeningen in kunststof kozijnen worden soms benut.
Solitaire bijen zijn ongevaarlijk en leveren een belangrijke bijdrage aan bestuiving.
Nestplekken en alternatieven
Deze soorten zijn in de praktijk beschermd en afhankelijk van hun nestplek. Verplaatsen is vaak niet mogelijk zonder schade.
Daarom ligt de nadruk op alternatieven zoals bijenhotels.
Deze kunnen eenvoudig worden gemaakt van houtblokken met gaten van 4 tot 10 mm, bij voorkeur onbehandeld hout.
Boomstammen, eiken of douglas palen werken ook goed.
Daarnaast wordt geëxperimenteerd met leemstructuren als nestmateriaal, al blijft kleinschalige toepassing een uitdaging.
Preventie in en rond gebouwen
Bij bouwkundige situaties ligt de nadruk op voorkomen. Stootvoegroosters en bijenbekjes sluiten openingen af.
Een belangrijk bijkomend voordeel is dat ook muizen en ander ongedierte hierdoor buiten blijven.
Slotbeschouwing
De natuur en de bebouwde omgeving bestaan naast elkaar en beïnvloeden elkaar voortdurend. Zwermen, hommels en solitaire bijen volgen hun eigen logica, gebaseerd op miljoenen jaren evolutie.
De rol van de mens is vaak niet om te beheersen, maar om te begrijpen en waar nodig te begeleiden.
Door ruimte te geven waar dat kan en in te grijpen waar nodig, ontstaat balans in de leefomgeving.
Heb je echt een zwerm?
Zie je een kluit bijen hangen aan een tak, paal, schutting of in een boom? Dan gaat het vaak om een honingbijenzwerm.
Neem in dat geval contact op met een imker of lokale imkervereniging. Zij kunnen de situatie beoordelen en zorgen voor een veilige en verantwoorde oplossing.
Plaats een reactie